Uitspraak: Garantie behoud arbeidsvoorwaarden

Is het reorganisatiebesluit van de ondernemer kennelijk onredelijk vanwege de motivering en/of het niet-garanderen van het behoud van de arbeidsvoorwaarden van het zittende personeel? (ROR 2000/9)

Uitspraak Ondernemingskamer: Nee, het besluit is niet kennelijk onredelijk vanwege de motivering. Het besluit is wel kennelijk onredelijk omdat de ondernemer geen garantie wil geven voor het behoud van de arbeidsvoorwaarden van het zittende personeel. De motivering om de garantie niet te geven, is niet voldoende. 

Situatie:

GUO voert voor enkele bedrijfsverenigingen de aan haar opgedragen wettelijke taken op het gebied van de sociale zekerheid uit. Zij maakt als werkmaatschappij deel uit van een concern waarvan Relan NV de moedervennootschap is. Tot nu toe betrekt GUO de benodigde diensten en werkzaamheden op het gebied van het personeelsbeleid van Relan NV, maar op aanwijzing van het Lisv is de ondernemer nu overgegaan tot de oprichting van een eigen "human resources management"-afdeling. De ondernemer heeft besloten deze nieuwe afdeling zo in te richten dat daartoe één directeur, twee managers en veertien overige personeelsleden gaan behoren. Aan deze personeelsleden, voorzover reeds werkzaam binnen de (verbonden) onderneming(en), is tegen het advies van de Ondernemingsraad in, niet het behoud van verworven arbeidsvoorwaarden gegarandeerd. De Ondernemingsraad meent dat die garantie wel dient te worden gegeven en meent verder dat onnodig een managementlaag tussen de directie en personeel in het leven wordt geroepen, hetgeen bovendien in afwijking is van de uitgangspunten van het in maart 1997 opgestelde "startdocument GUO 2000" waarin wordt gekozen voor een "platte" organisatiestructuur. De Ondernemingsraad gaat in beroep.

Ondernemingskamer: 

De ondernemer heeft goede argumenten aangevoerd om de afdeling zo in te richten dat de leiding daarvan bij meer en in hiërarchisch verband tot elkaar bestaande personen berust. Ook de omstandigheid dat de beoogde personele inrichting afwijkt van de in GUO 2000 neergelegde uitgangspunten doet daaraan niet af. De Ondernemingsraad erkent ook dat van die uitgangspunten kan en in een enkel geval ook is afgeweken. De ondernemer kan zeer wel het uitgangspunt betrekken dat het onderhavige geval met de andere gevallen waarin van GUO 2000 is afgeweken, vergelijkbaar is. De ondernemer heeft verder voldoende deugdelijk uiteengezet waarom hij in dit geval voor de beoogde personele inrichting heeft gekozen. Gelet hierop valt niet in te zien dat -zoals de Ondernemingsraad stelt- van dit besluit een eroderende werking zou uitgaan ten aanzien van de in GUO 2000 geformuleerde uitgangspunten. De klacht van de Ondernemingsraad dat de ondernemer op ondeugdelijke gronden is afgeweken van zijn advies om aan personeelsleden van de afdeling, voorzover reeds werkzaam binnen het concern, het behoud van de door hen verworven rechten en aanspraken uit hoofde van hun bestaande arbeidsovereenkomst te garanderen treft doel. Nu gelijke garanties zijn gevraagd en gegeven aan binnen de (verbonden) onderneming(en) werkzame personeelsleden die betrokken zijn geweest bij eerdere, met de oprichting van de afdeling vergelijkbare reorganisaties, valt niet in te zien waarom de ondernemer er in dit geval voor heeft gekozen de gevraagde garantie niet te willen toezeggen. Als voldoende motivering kan in ieder geval niet gelden de stelling van de ondernemer dat de -toekomstige- personeelsleden van de afdeling door het verstrekken van de gevraagde garantie een bevoorrechte rechtspositie zouden gaan innemen ten opzichte van andere werknemers, nu de door de Ondernemingsraad gevraagde garanties slechts zien op behoud van rechten en aanspraken onder het voor alle werknemers geldende voorbehoud van een ingreep daarin tengevolge van een nog lopende integrale herziening van de functiewaarderingen. Om die reden is het besluit kennelijk onredelijk. Nu aldus terstond en ten gronde uitspraak kan en ook zal worden gedaan behoeft het verzoek tot treffen voorlopige voorzieningen geen behandeling meer. De ondernemer dient het besluit in te trekken en de eventuele gevolgen ongedaan te maken.

 

DATUM UITSPRAAK: 16 september 1999
RECHTERLIJK COLLEGE: Ondernemingskamer
NAAM PARTIJEN: Ondernemingsraad GUO Uitvoeringsinstelling BV / GUO Uitvoeringsinstelling BV
VINDPLAATS: ROR 2000/9

Advokatenkollektief Utrecht