Uitspraak: Slechtere arbeidsvoorwaarden (2)

Is het besluit om slechtere arbeidsvoorwaarden dan van de bank-CAO toe te passen op het personeel van het op te richten Call Centre kennelijk onredelijk? (ROR 1997/2)

Uitspraak Ondernemingskamer: Ja, want het belang van kostenreductie is niet voldoende afgewogen tegen verplichtingen op grond van de CAO. Het is hierbij van belang dat de activiteiten van het Call Centre tot de kernactiviteiten van de bank horen.

Situatie: 

ABN AMRO Bank heeft aan de OR advies gevraagd voor het voornemen een Call Centre op te richten dat voor klanten de mogelijkheid biedt om vanaf huis, kantoor of onderneming, telefonisch met de bank zaken te doen. Het Call Centre zou in een eigen BV juridisch zelfstandig worden en de werknemers zouden daar moeten gaan werken tegen andere, slechtere, arbeidsvoorwaarden dan gelden voor werknemers van ABN AMRO Bank Nederland. 

De OR bracht positief advies uit onder de voorwaarde dat bij het Call Centre dezelfde arbeidsvoorwaarden gehanteerd zouden worden als bij de ABN AMRO Bank zelf. Hiermee ging de ondernemer in zijn definitieve besluit niet akkoord. De ondernemer voerde daarbij aan dat overtollige medewerkers van ABN AMRO gedurende maximaal twee jaar worden gedetacheerd binnen het Call Centre, onder handhaving van de arbeidsvoorwaarden van ABN AMRO, en dat zij aan het einde van de detachering kunnen kiezen voor terugkeer in een functie bij ABN AMRO dan wel in dienst treden van het Call Centre tegen de daar geldende arbeidsvoorwaarden. De mindere arbeidsvoorwaarden bij het Call Centre zouden noodzakelijk zijn om marktconform te werken. De OR ging daarop in beroep en stelde dat de ondernemer in strijd handelde met gedane toezeggingen en met de eisen van goed werkgeverschap.

Ondernemingskamer:

Het besluit betekent naar de kern slechts dat door de introductie van een nieuwe rechtspersoon waarin kernactiviteiten van ABN AMRO worden verricht, een deel van het personeel van de bank na een overgangsperiode buiten het bereik van bancaire arbeidsvoorwaarden wordt gebracht. ANB AMRO kan in redelijkheid niet aan zijn besluit ten grondslag leggen dat daarmee kan worden bereikt dat 'marktconform' wordt gewerkt. Immers geen andere onderneming in haar branche, die activiteiten ontplooit zoals die van het Call Centre, doet dat op andere dan de geldende arbeidsvoorwaarden voor het bankbedrijf. 

De beoogde slechtere arbeidsvoorwaarden kunnen daarom niet als marktconform gelden. Mede gezien het feit dat de activiteiten in het Call Centre tot de kernactiviteiten van ABN AMRO moeten worden gerekend, en dat het Call Centre slechts dient voor een andere wijze van distributie van producten van ABN AMRO, komen de activiteiten van het Call Centre in de plaats van baliewerkzaamheden. Daarom is aannemelijk dat de uitgroei van het Call Centre gevolgen zal hebben voor de werkgelegenheid voor baliemedewerkers bij ABN AMRO. Het feit dat de arbeidsvoorwaarden van het Call Centre tenminste 20% lager liggen dan die volgens de Bank-CAO brengt op zichzelf reeds mee dat voor werknemers een overgang naar het Call Centre bezwaarlijk is. De ABN AMRO heeft daarom het belang van kostenreductie onvoldoende afgewogen tegenover haar in de CAO opgenomen verplichting m.b.t. behoud van werkgelegenheid, het bevorderen van herplaatsingsmogelijkheden en van mobiliteit.

Het besluit is daarom kennelijk onredelijk. De ABN AMRO Bank moet het besluit intrekken.

 

DATUM UITSPRAAK: 5 december 1996
RECHTERLIJK COLLEGE: Ondernemingskamer
NAAM PARTIJEN: OR Nederland ABN AMRO Bank NV / ABN AMRO Bank NV
VINDPLAATS: ROR 1997/2; JAR 1997/12; NJ 1997, 237

Advokatenkollektief Utrecht